5 miljoen dollar subsidie voor Khan Academy

Flipping the classroom is in. Steeds meer docenten nemen vantevoren instructiefilmpjes op, die hun leerlingen thuis kunnen bekijken. In de les kunnen ze dan vragen stellen over de stof en zelfstandig werken aan opdrachten, wekstukken of projecten.

Flipping the classroom is het geesteskind van Salman Khan. Er is ontzettend veel belangstelling voor deze leer- en instructiemethode en de Khan Academy.

De Khan Academy is een videoschool met meer dan 2.600 verschillende filmpjes, die inmiddels meer dan 39 miljoen maal bekeken zijn. De Khan Academy kent 3,5 miljoen unieke gebruikers per maand. De filmpjes van Khan zelf op YouTube zijn meer dan 82 miljoen keer bekeken.

Om de school uit te breiden ontving Khan onlangs 5 miljoen dollar van de O’Sullivan Foundation.

Er zijn ook tegenstanders en sceptici. Edublogger Wilfred Rubens verwees onlangs in een blogbericht naar enkele argumenten van tegenstanders, die vrezen dat flipping the classroom tot didactische drama’s kan leiden.

Het succes van de Khan Academy fascineert ook media als de Harvard Business Review en de Economist. Door de Khan Academy en de vele docenten die thuis en op school de lessen omdraaien en internet inzetten neemt elearning opeens een enorme vlucht. Dat kan grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld educatieve uitgevers.

Wat de bladen ook opvalt, is het enorme enthousiasme waarmee docenten en leerlingen aan de slag gaan. Docenten nemen met veel plezier hun instructies op en leerlingen zijn enthousiast over de nieuwe manier van leren en de toegang tot extra materiaal wat ze kunnen gebruiken. Motivatie lijkt voorlopig een van de grootste leeropbrengsten van flipping the classroom te zijn.

(Foto van David Cosand)

Geplaatst in Boeien, Onderwijs | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Leestips (9)

  • Wat is de ideale leraar? Studie naar vakkennis, interventie en persoon (Hans van Gennip en Gerrit Vrieze, ITS Radboud Universiteit Nijmegen 2008)


    “In het onderzoek (..) worden zeven typen ‘sterleraren’ in het voortgezet onderwijs onderscheiden: de supervakdocent, de raspresentator, de vertrouwenspersoon, de idealist, de leerprocesbegeleider, de filosoof en de ict-ster.”

    “Het VIP-kwaliteitsmodel: vakkennis, interventies en persoonlijkheid.”

  • Authenticiteit en betrokkenheid als basis voor goed onderwijs (Fred A.J. Korthagen)


    “Sinds een aantal jaren ligt in de scholing van docenten de nadruk nu op competenties: voor goed leraarschap is duidelijk niet alleen kennis nodig, maar het is vooral belangrijk wat de leraar daarmee kan doen in de praktijk. Er zijn, onder andere door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL), competentielijsten opgesteld en die geven momenteel richting aan het personeelsbeleid op scholen. De eerste ervaringen roepen zorgen op. Sommige schoolleiders hanteren zo’n competentielijst als een afvinklijstje en focussen vooral op wat docenten nog niet goed kunnen. Docenten voelen zich dan niet (h)erkend in hun kwaliteiten, in wie zij zijn, en raken gedemotiveerd.(…) Wat is er aan de hand met de gangbare ‘onderwijskundige’ manier van kijken? Competenties zijn zonder meer van belang, maar zijn we, door daar te exclusief op te focussen, de kwaliteit van de docent niet te veel op een ‘technische’ manier gaan analyseren en ontleden? Vergeten we niet te vaak dat het gaat om de vonk die overspringt door de kwaliteit van het contact tussen leraar en leerling? Dan bedoel ik met name het contact vanuit wat de leraar en de leerling inspireert en vanuit dat waar zij zich betrokken op voelen. Wat ik dus zorgelijk vind is dat we door het vertalen van goed leraarschap in een lijstje competenties, aan onze studenten een reductionistische visie op het beroep meegeven: we
    suggereren dat goed leraarschap alleen een kwestie is van het beschikken over de juiste competenties.”

  • Leerkracht. (Rapport Rinnooy Kan. Advies van de Commissie Leraren 2007)

(Foto van mjk23)

Geplaatst in Leestips, Leren, Onderwijs | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Internet als schoolvak

Leerlingen vinden informatie zoeken en waarderen vaak moeilijk. Ze vinden dat veel moeilijker dan de meeste volwassenen denken. Daarom pleit ik samen met zoekdeskundige Ewoud Sanders voor internet als vak op school in NRC Handelsblad van 28 oktober jl.

Maak van internet een schoolvak

Volwassenen gaan ervan uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn. Ze zijn immers met internet opgegroeid. Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten. Ze doen weliswaar veel op internet, maar weten bijvoorbeeld niet of nauwelijks hoe zoekresultaten tot stand komen of wie er achter dagelijks geraadpleegde sites als Wikipedia en YouTube zitten.
Wie als leraar, ouder of wetenschapper meekijkt met jongeren die iets op internet opzoeken, lezen of publiceren, ziet dat ze grote moeite hebben met zowel eenvoudige taken (een adres in een routeplanner invoeren of een woord op een pagina tekst vinden) als complexere (vier waardevolle bronnen vinden voor een profielwerkstuk, een document een logische naam geven opdat je het ook over vier maanden nog kunt terugvinden). Het is niet vreemd dat ze moeite hebben met dergelijke zaken. Ze hebben het nooit geleerd.

Lees het hele artikel als pdf.

(Foto van tm22)

Geplaatst in Boeien, Onderwijs | Tags: , , , , , | 13 reacties

Tentamenvoorbereiding in tags

Maandag heb ik tentamen. Ik word overhoord over twee boeken over pedagogisch-didactisch handelen: Effectief leren van Sebo Ebbens en Simon Ettekoven en Lessen in orde van Peter Teitler. Tijdens het leren heb ik met Wordle een paar tagclouds gemaakt van de sleutelbegrippen en de verschillende lesfasen volgens de directe instructie (Ebbens/Ettekoven) en de kernbegrippen uit het boek van Teitler.

Sleutelbegrippen en lesfasen van de directe instructie (Sebo Ebbens en Simon Ettekoven)

tagcloud Sleutelbegrippen en lesfasen van de directe instructie

Kernbegrippen (Peter Teitler)

Geplaatst in Leren | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Schrijven als beoordelingsinstrument

Volgende week heb ik mijn eerste tentamen en word ik geacht twee schriftelijke opdrachten voltooid te hebben, evenals mijn digitaal bekwaamheidsdossier gevuld te hebben met zestien formulieren en evaluaties. In totaal gaat het om tientallen pagina’s tekst. Ik overdrijf niet. Voor de ‘reparatieopdracht’ vakdicatiek die ik moet maken omdat ik de éénjarige postmasteropleiding doe, moet ik zes zelf ontworpen lessen à zeven tot vijftien pagina’s per stuk beschrijven. Nu schrijf ik graag en snel, en ook wel goed. Dus voor mij is het niet zo moeilijk om goed te scoren in mijn digitale bekwaamheidsdossier. Of ik ook goed lesgeef, is al bekeken door mijn vakcoach, de vakdidacticus en de tutor. Wat wordt er dan ‘gemeten’ in al die teksten en formulieren?

Fred Korthagen, deskundige op het gebied van leraren opleiden, formuleert het als volgt in zijn artikel Zin en onzin van competentiegericht opleiden (VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, jaargang 25 (1) 2004):

Burroughs (2001, p. 223) stelt dat beoordelingen van leraren “may be as much an evaluation of a teacher’s writing about his or her teaching as it is an evalution of the teaching itself.

Wie niet vlot, goed of graag schrijft, is dus in het nadeel bij een competentiegerichte opleiding als de lerarenopleiding. Maar iemand die langzaam of zelfs slecht schrijft, kan wel een erg goede docent zijn, die boeiende lessen geeft en leerlingen naar een hoger plan tilt. Maar hoe wordt dat waargenomen en gemeten binnen een competentiegerichte lerarenopleiding?

Neveneffecten
Korthagen, tot voor kort hoogleraar Didactiek voor het opleiden van leraren aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, ziet meer nadelen van het competentiegericht opleiden van docenten. Hij noemt ‘deprofessionalisering’ als ongewenst neveneffect:

Studenten zullen ook minder gauw hun zwakke kanten laten zien als ze daar vervolgens op afgerekend kunnen worden (Van Tartwijk e.a., 2003, p. 51). We kunnen deze tendensen samenvatten als (1) het belemmeren van zelfgestuurd leren, (2) het focussen op bewijzen in plaats van professioneel leren en (3) versmalling van het professionele leerproces tot het door de opleiders geformuleerde competentiekader. In die zin is competentiegericht opleiden – zonder allerlei zorgvuldige maatregelen om dat te voorkomen – een vorm van opleiden die deprofessionalisering van docenten in de hand werkt.

Kwetsbaarbeid
Iedere beginnende docent heeft zwakheden. Tijdens de opleiding word je uitgenodigd die zwakheden te benoemen en te zeggen wat je er aan wilt doen. Maar kun je wel eerlijk zijn? Word je niet afgerekend op die zelfgenoemde zwakheden bij de beoordeling? Alles wat je schrijft, moet je immers opslaan in je portfolio, digitaal bekwaamheidsdossier geheten bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen die ik volg, binnen de elektronische leeromgeving van je opleiding. Allerlei mensen hebben toegang tot het portfolio: je coach, je schoolopleiders, je vakdidacticus en je tutor. Wie weet komen er gegevens uit je portfolio bij een latere werkgever terecht?

Het werken met competentielijsten roept snel op dat studenten zich daarnaar gaan richten (immers je wordt er als student op afgerekend) en minder gestimuleerd worden tot eigen reflectie over de vraag in welke richting zij zich zouden willen ontwikkelen. Kortom, het vermogen om zelfgestuurd richting te geven aan de eigen professionele ontwikkeling wordt minder ontwikkeld. Ernstig is ook dat in veel opleidingen een tendens waar te nemen is dat studenten zich meer gaan richten op het ‘bewijzen’ dat ze aan de competenties voldoen, dan op gemotiveerd werken aan de eigen professionele ontwikkeling, ook buiten het directe kader van de competenties waaraan zij moeten voldoen.

Authenticiteit
Korthagen, wiens afscheidsrede, die hij medio september hield, de ironische titel “Ik heb er veel van geleerd!” draagt, wil meer authenticiteit voor de klas. In het artikel Authenticiteit en betrokkenheid als basis voor goed onderwijs schrijft hij:

Mijn stelling is dat wie je werkelijk bent als persoon (als leraar en leerling) serieus genomen dient te worden. (…) het gaat om authenticiteit en betrokkenheid als basis voor competentie en gedrag. Dat geldt (…) voor leraren, maar het lijkt mij ook een prachtig onderwijsdoel voor leerlingen. Als hun competentieontwikkeling, ook in allerlei schoolvakken, in dienst komt te staan van die kwaliteiten, neemt naar mijn idee niet alleen de inspiratie in het onderwijs toe, maar ook de bruikbaarheid en effectiviteit van wat op school gedaan wordt.

De verplichting om vele reflecties te schrijven en formulieren in te vullen tijdens de lerarenopleiding kan mijns inziens ook leiden tot minder authenticiteit en meer eenheidsworst. Die reflecties en formulieren worden gebruikt om de leraar in opleiding te beoordelen. Die schrijft dus vooral gewenste zaken op en zal minder geneigd zijn om zich uit te laten over wat hem of haar werkelijk bezighoudt.

(Foto van wortmeer)

Geplaatst in Begin, Bureaucratie, Leren, Onderwijs, Studeren | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Herfstvakantie in Duitsland (2)

Wandelen met Duits wild in je neus is vermoeiend.

Geplaatst in Misc | Tags: | Een reactie plaatsen

Khan Academy gaat ook alfavakken doen

Iedereen die zich verdiept in onderwijsvernieuwing komt vroeger of later de Khan Academy tegen. Deze ‘videoschool’ richtte zich in het begin vooral op de bètavakken (rekenen, natuurkunde, scheikunde enz.). Onlangs is de Khan Academy een samenwerking aangegaan met SmartHistory, een bijzondere en innovatieve site over kunstgeschiedenis en geschiedenis, die mede is ontwikkeld door de Nederlandse Lotte Meijer. De samenwerking betekent een enorme verbreding van het aanbod van de Khan Academy.

(Foto van John Elsmslie)

Geplaatst in Boeien, Onderwijs | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Leestips (8)

  • Zin en onzin van competentiegericht opleiden (Fred Korthagen in VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, jaargang 25 (1) 2004)


    “Door het vertalen van goed leraarschap in een lijstje van competenties geven we aan onze studenten een reductionistische visie op het beroep mee. (…) De praktijk is dat dit bij beoordelingsprocedures meestal helemaal niet zo duidelijk gebeurt, maar dat de focus ligt bij het beoordelen van gedrag, bijv. in zogenaamde kritische situaties, en dat hoogstens ook nagegaan wordt of de student dat gedrag kan beargumenteren. Daarmee wordt echter allerminst duidelijk of er sprake is van een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en houdingen. (…) Het werken met competentielijsten roept snel op dat studenten zich daarnaar gaan richten (immers je wordt er als student op afgerekend) en minder gestimuleerd worden tot eigen reflectie over de vraag in welke richting zij zich zouden willen ontwikkelen. Kortom, het vermogen om zelfgestuurd richting te geven aan de eigen professionele ontwikkeling wordt minder ontwikkeld. Ernstig is ook dat in veel opleidingen een tendens waar te nemen is dat studenten zich meer gaan richten op het ‘bewijzen’ dat ze aan de competenties voldoen, dan op gemotiveerd werken aan de eigen professionele ontwikkeling, ook buiten het directe kader van de competenties waaraan zij moeten voldoen. Studenten zullen ook minder gauw hun zwakke kanten laten zien als ze daar vervolgens op afgerekend kunnen worden (…) Echt realistisch opleiden in de zin van sporend met de reële onderwijspraktijk en met de authenticiteit van mensen, vraagt om blikverbreding.”

  • Lesbezoek en de ontwikkeling van een docent-in-opleiding. Zelfstudie naar opleiden tot leerlinggericht lesgeven (Ton Valk in VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, jaargang 27 (1) 2006)


    De lerarenopleider bezoekt de leraar in opleiding, doet verslag van zijn lesbezoeken, leest de verslagen van de lesbezoeken van de lio (of dio – docent in opleiding – in dit geval), doet daar weer verslag van en schrijft ten slotte een reflectie.

(Foto van Maria List)

Geplaatst in Leestips, Leren, Onderwijs | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een bewust computervrije school

Jim Wilson/The New York TimesGoed onderwijs heeft niets met technische hulpmiddelen te maken. Zo luidt de mening van één van de geïnterviewde ouders in het artikel A Silicon Valley School That Doesn’t Compute in de New York Times. Het artikel maakt deel uit van een serie over de digitale school, Grading the digital school geheten, waarin de meerwaarde van ict op in het onderwijs centraal staat.

De leerlingen van een Waldorfschool in Silicon Valley leren onder meer breien (met houten naalden!), kleien en lezen. Op de basisschool zijn computers en gadgets taboe. De school is bewust computervrij. De ouders van deze kinderen, die voor een groot deel voor grote computer- en mediabedrijven in Silicon Valley werken, juichen dat toe. Zij hebben dag in dag uit te maken met technologie en willen dat hun kinderen ook andere dingen leren, en wel van echte mensen. “I fundamentally reject the notion you need technology aids in grammar school (…) The idea that an app on an iPad can better teach my kids to read or do arithmetic, that’s ridiculous”, aldus een vader die bij Google werkt.

Of het, zeer ouderwets aandoende, onderwijs op de Waldorfschool beter is dan dat op high-tech scholen is volgens de New York Times moeilijk meetbaar omdat Waldorfscholen privéscholen zijn die andere meetsystemen hanteren dan het openbare onderwijs in de Verenigde Staten. In een eerder artikel in de serie, In Classroom of Future, Stagnant Scores, schrijft de Amerikaanse kwaliteitskrant dat binnen een schooldistrict dat de afgelopen jaren 33 miljoen dollar heeft uitgegeven aan technologie zoals laptops en smartboards de scores op het gebied van lezen en rekenen stagneren.

(Foto van Jim Wilson/The New York Times)

Geplaatst in Onderwijs | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Herfstvakantie in Duitsland (1)

Soms kom je vreemde verkeersborden tegen in Duitsland.

Geplaatst in Taal | Tags: , | Een reactie plaatsen