Schrijven als beoordelingsinstrument

Volgende week heb ik mijn eerste tentamen en word ik geacht twee schriftelijke opdrachten voltooid te hebben, evenals mijn digitaal bekwaamheidsdossier gevuld te hebben met zestien formulieren en evaluaties. In totaal gaat het om tientallen pagina’s tekst. Ik overdrijf niet. Voor de ‘reparatieopdracht’ vakdicatiek die ik moet maken omdat ik de éénjarige postmasteropleiding doe, moet ik zes zelf ontworpen lessen à zeven tot vijftien pagina’s per stuk beschrijven. Nu schrijf ik graag en snel, en ook wel goed. Dus voor mij is het niet zo moeilijk om goed te scoren in mijn digitale bekwaamheidsdossier. Of ik ook goed lesgeef, is al bekeken door mijn vakcoach, de vakdidacticus en de tutor. Wat wordt er dan ‘gemeten’ in al die teksten en formulieren?

Fred Korthagen, deskundige op het gebied van leraren opleiden, formuleert het als volgt in zijn artikel Zin en onzin van competentiegericht opleiden (VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, jaargang 25 (1) 2004):

Burroughs (2001, p. 223) stelt dat beoordelingen van leraren “may be as much an evaluation of a teacher’s writing about his or her teaching as it is an evalution of the teaching itself.

Wie niet vlot, goed of graag schrijft, is dus in het nadeel bij een competentiegerichte opleiding als de lerarenopleiding. Maar iemand die langzaam of zelfs slecht schrijft, kan wel een erg goede docent zijn, die boeiende lessen geeft en leerlingen naar een hoger plan tilt. Maar hoe wordt dat waargenomen en gemeten binnen een competentiegerichte lerarenopleiding?

Neveneffecten
Korthagen, tot voor kort hoogleraar Didactiek voor het opleiden van leraren aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, ziet meer nadelen van het competentiegericht opleiden van docenten. Hij noemt ‘deprofessionalisering’ als ongewenst neveneffect:

Studenten zullen ook minder gauw hun zwakke kanten laten zien als ze daar vervolgens op afgerekend kunnen worden (Van Tartwijk e.a., 2003, p. 51). We kunnen deze tendensen samenvatten als (1) het belemmeren van zelfgestuurd leren, (2) het focussen op bewijzen in plaats van professioneel leren en (3) versmalling van het professionele leerproces tot het door de opleiders geformuleerde competentiekader. In die zin is competentiegericht opleiden – zonder allerlei zorgvuldige maatregelen om dat te voorkomen – een vorm van opleiden die deprofessionalisering van docenten in de hand werkt.

Kwetsbaarbeid
Iedere beginnende docent heeft zwakheden. Tijdens de opleiding word je uitgenodigd die zwakheden te benoemen en te zeggen wat je er aan wilt doen. Maar kun je wel eerlijk zijn? Word je niet afgerekend op die zelfgenoemde zwakheden bij de beoordeling? Alles wat je schrijft, moet je immers opslaan in je portfolio, digitaal bekwaamheidsdossier geheten bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen die ik volg, binnen de elektronische leeromgeving van je opleiding. Allerlei mensen hebben toegang tot het portfolio: je coach, je schoolopleiders, je vakdidacticus en je tutor. Wie weet komen er gegevens uit je portfolio bij een latere werkgever terecht?

Het werken met competentielijsten roept snel op dat studenten zich daarnaar gaan richten (immers je wordt er als student op afgerekend) en minder gestimuleerd worden tot eigen reflectie over de vraag in welke richting zij zich zouden willen ontwikkelen. Kortom, het vermogen om zelfgestuurd richting te geven aan de eigen professionele ontwikkeling wordt minder ontwikkeld. Ernstig is ook dat in veel opleidingen een tendens waar te nemen is dat studenten zich meer gaan richten op het ‘bewijzen’ dat ze aan de competenties voldoen, dan op gemotiveerd werken aan de eigen professionele ontwikkeling, ook buiten het directe kader van de competenties waaraan zij moeten voldoen.

Authenticiteit
Korthagen, wiens afscheidsrede, die hij medio september hield, de ironische titel “Ik heb er veel van geleerd!” draagt, wil meer authenticiteit voor de klas. In het artikel Authenticiteit en betrokkenheid als basis voor goed onderwijs schrijft hij:

Mijn stelling is dat wie je werkelijk bent als persoon (als leraar en leerling) serieus genomen dient te worden. (…) het gaat om authenticiteit en betrokkenheid als basis voor competentie en gedrag. Dat geldt (…) voor leraren, maar het lijkt mij ook een prachtig onderwijsdoel voor leerlingen. Als hun competentieontwikkeling, ook in allerlei schoolvakken, in dienst komt te staan van die kwaliteiten, neemt naar mijn idee niet alleen de inspiratie in het onderwijs toe, maar ook de bruikbaarheid en effectiviteit van wat op school gedaan wordt.

De verplichting om vele reflecties te schrijven en formulieren in te vullen tijdens de lerarenopleiding kan mijns inziens ook leiden tot minder authenticiteit en meer eenheidsworst. Die reflecties en formulieren worden gebruikt om de leraar in opleiding te beoordelen. Die schrijft dus vooral gewenste zaken op en zal minder geneigd zijn om zich uit te laten over wat hem of haar werkelijk bezighoudt.

(Foto van wortmeer)

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Begin, Bureaucratie, Leren, Onderwijs, Studeren en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s