Internet als schoolvak

Leerlingen vinden informatie zoeken en waarderen vaak moeilijk. Ze vinden dat veel moeilijker dan de meeste volwassenen denken. Daarom pleit ik samen met zoekdeskundige Ewoud Sanders voor internet als vak op school in NRC Handelsblad van 28 oktober jl.

Maak van internet een schoolvak

Volwassenen gaan ervan uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn. Ze zijn immers met internet opgegroeid. Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten. Ze doen weliswaar veel op internet, maar weten bijvoorbeeld niet of nauwelijks hoe zoekresultaten tot stand komen of wie er achter dagelijks geraadpleegde sites als Wikipedia en YouTube zitten.
Wie als leraar, ouder of wetenschapper meekijkt met jongeren die iets op internet opzoeken, lezen of publiceren, ziet dat ze grote moeite hebben met zowel eenvoudige taken (een adres in een routeplanner invoeren of een woord op een pagina tekst vinden) als complexere (vier waardevolle bronnen vinden voor een profielwerkstuk, een document een logische naam geven opdat je het ook over vier maanden nog kunt terugvinden). Het is niet vreemd dat ze moeite hebben met dergelijke zaken. Ze hebben het nooit geleerd.

Lees het hele artikel als pdf.

(Foto van tm22)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boeien, Onderwijs en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Internet als schoolvak

  1. Je staat soms te kijken van wat docenten (collega´s) maar ook leerlingen niet weten… Maar een nieuw vak op school? We hadden toch informatica? Bestaat dat niet meer? Een aantal lessen in de bovenbouw zou zinvol zijn bijvoorbeeld als ze beginnen aan hun PWS en PO´s want daar hebben ze de vaardigheden nodig.

  2. Pingback: Internet als schoolvak | Educatief Internet | Scoop.it

  3. Pingback: Internet als schoolvak | OnderwijsRSS | Scoop.it

  4. Pingback: Internet als schoolvak « onderwijsRSS

  5. @Christien van Gool: informatica bestaat op sommige scholen nog wel, maar veel informaticadocenten hebben een andere opvatting van hun vak. Op sommige scholen vinden ze dat informatievaardigheden/mediawijsheid het domein van de mediatheek is, of van de openbare bibliotheek. Er zijn allerlei plekken waar informatievaardigheden/mediawijsheid thuis kan horen, maar vaak genoeg worden deze vaardigheden niet (systematisch) onderwezen.

  6. Marie-José, er staat veel waars in jullie artikel. Zo ben ik het roerend eens met de gedachte dat zowel leerlingen als een deel van de leraren veel beter moeten leren omgaan met de bron ‘Internet’ (of liever: het World Wide Web, want ‘Internet’ is natuurlijk veel meer).

    Maar met drie zaken heb ik moeite. Ten eerste is het gekunsteld om jullie zoekopdracht “slavernij -site:http://nl.wikipedia.org/wiki/” tot verplicht nummer te bombarderen. Ieder heeft zo z’n voorkeuren, en zonder deze opdracht (-site) kan een mens succesvol en zelfs efficiënter zoeken door gewoon de eerste Google-treffer over te slaan. We moeten dus uitkijken om persoonlijk favoriete wijzen van omgang met Internet niet zalig te verklaren, of de afwezigheid ervan tot een – in jullie woorden – “pijnlijk” gemis.

    Ten tweede lijkt me de informatie aangaande “90 procent van de onderwijzers in de Verenigde Staten” niet betrouwbaar. Dit vanwege de afwezigheid van een bronvermelding, vanwege het feit dat een vaak genoemde bron (Dan Russells blog) het over “90% Internetgebruikers” heeft die deze toetscombinatie niet kent, en vanwege mijn twijfel aan de gehanteerde methodologie in het onderzoek. In een artikel waarin jullie pleiten voor het leren selecteren van betrouwbare informatie komt dat slecht uit.

    Ten derde ben ik het dan wel eens met de inhoud van jullie argumenten, maar ik zie niet waarom die noodzakelijk tot jullie conclusie zou leiden. Waaruit blijkt dat een apart schoolvak ‘Internet’ meer oplevert dan versterking van Internetgebruik *in* de schoolvakken en bijscholing van leraren in de benodigde bekwaamheden? De ervaringen met het aparte schoolvak ICT in de onderbouw zijn niet van dien aard dat daar het heil van te verwachten valt. Sterker nog, juist uit het bestáán van dat vak en het uitblijven van transfer naar andere vakken en leraren, zou je kunnen concluderen dat we het over een andere boeg moeten gooien.

    Kortom, de zorg is terecht, maar of het bepleite middel de zorgen wegneemt, betwijfel ik.

    Overigens moeten we er een gewoonte van maken dat wie pleit voor ‘meer lesuren voor X’ en zelfs ‘een apart vak voor X’, tegelijk aangeeft waarop de benodigde lestijd dan in mindering gebracht mag worden. Welke leerstof is minder belangrijk dan Ctrl-F en “-site”? Welk vak is minder belangrijk dan “omgaan met Internet”?

  7. Pingback: Internet als schoolvak | voor de klas | Marketing voor het Internet | Scoop.it

  8. Pingback: Manssen.nl » Internet een schoolvak?

  9. Wij zien ook dat kinderen veelvuldig gebruik maken van het  internet, maar dat zij nog onvoldoende weten hoe ze hier goed mee om moeten gaan wat betreft schoolwerk. Dit geldt voor zoekopdrachten, privacy, bron verificatie, netiquette en profilering. Helaas zijn de meeste leerkrachten nog niet voldoende in staat om hen dit te leren.
     
    Social Media Wijs vindt ook dat “het niveau van de internetlessen zou moeten meegroeien met het niveau van de leerlingen”. Precies daarom ontwikkelen wij op dit moment een Leerlijn #socialmedia van bovenbouw basisschool tot de stap naar de arbeidsmarkt.
     
    Tot zover dus eens met het artikel, nu komt de Maar.
     
    In onze visie moet het gebruik van internet door de leerlingen uiteindelijk een plaats krijgen in de reguliere vakken. Het doen van goede zoekopdrachten en interpreteren ervan als onderdeel van begrijpend lezen, privacy als onderdeel van maatschappijleer, bron verificatie als onderdeel van Nederlands en ga zo maar door. Kinderen willen met het geleerde aan de slag en waarom niet beter dan toe te passen in de vakken waar ze al mee aan de slag zijn!
     
    Dat is het ideaalplaatje, maar dan zijn er nog 2 belangrijke kanttekeningen. Ten eerste zijn de meeste leerkrachten nog niet voldoende geschoold om dit een intrinsiek onderdeel van hun curriculum te maken. Laat staan dat de school hier een overkoepelende visie op heeft.
    En daarnaast is het lesmateriaal dat gebruikt wordt hier nog niet op afgestemd. Hier is een grote rol weggelegd voor de content providers in het onderwijssysteem: de educatieve uitgevers.
     
    Tot die tijd is een projectmatige aanpak waarschijnlijk de enige oplossing. En dat kan een programma zijn, zoals onze Social Media Bootcamp zijn, maar ook Internet als vak op school.

  10. roeland smeets zegt:

    Internet: geen vak apart

    In de NRC van 28 oktober j.l. lanceren Ewoud Sanders en Marie-Jose Klaver de stelling: “maak van internet een apart vak”. Met de genoemde redenen voor hun stelling ben ik het helemaal eens: het onderwijs zou veel meer en structureel aandacht moeten besteden aan de misstanden die zij noemen: cyberpesten, privacy en web2.0. Die twee zaken vallen onder Mediawijsheid. En dat leerlingen niet kunnen zoeken en geen waardeoordeel aan een gevonden website kunnen hangen (dit valt onder Informatievaardigheden), ook dat is zeker waar. Ik wil een derde onderdeel toevoegen aan wat schrijvers bedoelen met hun onderwerp: internet. En dat is: Instrumentele vaardigheden. Als een eerste klas een Powerpoint moet maken, zal een groot deel van de leerlingen dat geleerd hebben op de lagere school. Maar er zullen ook leerlingen zijn die dat niet geleerd hebben en die leerlingen zullen, als ze merken dat de meerderheid er geen probleem mee heeft, niet gauw uit zichzelf zeggen dat ze problemen hebben met Powerpoint (of later met Excell).
    Met de stelling dat internet een apart vak zou moeten worden ben ik het echter helemaal niet eens. In de eerste plaats omdat de drie hierboven genoemde onderdelen van internet alleen goed tot hun recht komen als ze in een breder referentiekader worden gepresenteerd en dat referentiekader kan een regulier vak bieden. Zo kan Mediawijsheid prima tot zijn recht komen in een vak als maatschappijleer, binnen dat vak kun je ook meteen andere grootschalige politieke en economische veranderingen, veroorzaakt door internet, belichten. Wel is het zo dat dit onderwerp vroeg in het curriculum aan bod zou moeten komen want het is een urgent.
    Informatievaardigheden zal een hele leerlijn vergen want daar bij zijn er twee beren op de weg: (1) leerlingen kunnen nog geen waardeoordeel geven aan door hun gevonden websites en (2) als leerlingen nog niet bekend zijn met hun onderwerp, dan weten ze ook nog niet wat geschikte trefwoorden voor een zoekactie zouden kunnen zijn. Nu is de leraar bij uitstek de persoon die een referentiekader kan bieden. Concreet: een geschiedenisleraar behandelt de Middeleeuwen in vier lessen. Aan het eind van die lessen kennen de leerlingen een aantal bruikbare trefwoorden. Eén beer is dan al grotendeels van de weg af. Die andere beer kan de leraar goed met de klas aan want als dezelfde leraar een uur besteedt, samen met de klas, aan het evalueren van websites die met de door leerlingen gesuggereerde trefwoorden gevonden zijn, dan leerlingen langzaam maar zeker in de eerste plaats dat kwaliteit er toe doet als het om informatie gaat. Natuurlijk is één zo’n project niet voldoende en leerlingen zouden ook moeten wanneer en waarom ze in betaalde bronnen, zoals de Krantenbank of de Winkler Prins online encyclopedie moeten zoeken.
    De Instrumentele vaardigheden zijn het kleinste probleem van deze drie. Het moeilijkst is het objectief vast te stellen dat ze, bijvoorbeeld als het om Powerpoint gaat, beneden de maat zijn. De beste methode is de leerlingen onderwerpen aan een 0meting waarin concrete vragen gesteld worden over praktische kanten van het werken met Powerpoint.
    Conclusie: het onderwijs past zich het beste aan aan de grote maatschappelijke veranderingen, veroorzaakt door internet, als zij haar bestaande vakken aanpast, niet als ze er een vak aan toevoegt. M.a.w. doe wat internet ook doet: verbind, leg een netwerk aan…….. binnen de bestaande vakken.

  11. Pingback: Docent VO » Blog Archive » Internet een schoolvak?

  12. Marie-José en Ewoud,
    die laatste zin van je stukje kan toch niet afkomstig zijn van twee mensen die iets met taal te maken hebben: “Aan deze bron zitten allerlei haken en ogen, die je van jongs af stapsgewijs zouden moeten worden bijgebracht.”
    Lees ‘m nog eens.
    Voor de rest kan ik het wel eens zijn met je betoog, hoewel sommige zaken wat te sterk aangezet zijn en te negatief gebracht worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s