Relatie met de klas

Een gelukkige klas

Een gelukkige klas

Als beginnend docent verkeer je vaak in tweestrijd. Op de lerarenopleiding leer je veel over klassenmanagement (een modern woord voor orde houden) en consequent zijn. Betekent dat dat je ook meteen heel streng moet zijn? Je klassenmanagement moet immers in orde zijn?

Onderwijskundige Tim Mainhard raadt beginnende docenten af om in het begin vaak streng en dwingend op te treden. Volgens Mainhard, die een proefschrift schreef over docent-klasrelaties, is het vooral belangrijk om in de eerste weken een goede band op te bouwen met de leerlingen in de klas. Een goede band tussen docent en leerlingen zorgt voor een goed werkklimaat en dat bevordert weer de leerpreataties. Bovendien is een slechte start, bijvoorbeeld veroorzaakte door te streng optreden, moeilijk te herstellen, zo blijkt uit Mainhards onderzoek op middelbare scholen. ‘De ideale leraar lacht al vóór Kerst‘ vat NRC onderwijsblogger Karlijn van Houwelingen samen. Als het voor de Kerstvakantie huilen geblazen is in de klas, kan de beginnend docent volgens Mainhard beter in andere klassen lesgeven. Dat werkt beter dan proberen de slechte relatie met de klas te herstellen.

Na de herfstvakantie ga ik lesgeven aan drie klassen die nieuw voor mij zijn. Met twee collega’s heb ik de afgelopen dagen gesproken over hoe ik dat aan ga pakken. De ene collega vroeg mij hoe ik orde ging houden en vooral hoe ik de orde ging handhaven als leerlingen niet meteen doen wat ik zeg en de andere collega raadde mij aan om de eerste lessen vooral te investeren in een goede relatie met de leerlingen. Een waardevol advies, dat ik zeker zal opvolgen.

(Foto van Jamil Soni Neto)

Geplaatst in Begin, Onderwijs | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Leestips (7)

  • Van #rotschool naar #topschool @socialmedia (blogposting van Marcel Kesselring)


    “Een reputatie is gebaseerd op alle ervaringen die men met de school heeft. Ieder gesprek met een docent of ouder, iedere tweet van een docent of leerling, iedere reactie van ‘peers’, maar ook de wijze waarop de telefoon wordt op genomen zal impact hebben op de reputatie van de school. Een school kan inhoudelijk prima op orde zijn, maar men vergeet vaak dat het visitekaartje van de school ook online wordt afgegeven via social media.”

  • Gesloten systemen in het onderwijs (blogposting van Jan Stedehouder)


    “Heb jij als ouders, leerling, student, docent of betrokkene schade ondervonden omdat jouw school gebruik maakt van Magister, of jou dwingt bestanden in gesloten bestandsformaten aan te leveren, ben je afspraken misgelopen, zijn je cijfers verknald, heb je gedonder gekregen met je docent of noem maar op, simpelweg omdat de school geen open standaarden ondersteunt?”

  • Lage ‘leuk-factor’, verbluffend succes (artikel in De Stentor over de ‘Zo leer je kinderen lezen en spellen’ (zlkls) methode van José Schraven)


    “[C]oncensus over de oorzaak van spelling- en leesproblemen: „Noch sociaal- economische achterstanden, noch het algemeen intelligentieniveau bieden een verklaring voor een achterstand in technische leesvaardigheid. Problemen met technisch lezen zijn het gevolg van tekorten op het gebied van de instructie.””

  • What the iPad (and other technology) can’t replace in education (Washington Post)


    “We often confuse the platform for the content itself. Houghton Mifflin made news when it announced that it was creating iPad versions of its textbooks, and a host of websites now promise students a “revolutionary” new way to access education.

    Yet in each of these cases the material — the content that’s actually being taught — is exactly the same as its always been. The media may herald these as dramatic steps forward, but crtl-v is by definition not innovation.

    Every day parents ask their kids, “What did you learn today?” It’s never “How did you learn it?” or “On what device did you learn it?” but always, “What?” Yet so long as the answer to that doesn’t change, neither will educational outcomes.

    We need to stop pretending that technology can fix problems that aren’t technological in nature. Kids are bored. They don’t know why they’re learning what they’re learning. The solution isn’t asking the question better. The solution is asking a better question.”


(Foto van i_m_not_here)

Geplaatst in Leestips, Leren | Tags: , , , , | 1 reactie

De plaszak vanuit Duits perspectief

Klas 3VWO heeft gisteren een Duitse tekst gelezen over de Nederlandse plaszak. Aan de hand van deze tekst hebben we drie leesstrategieën geoefend: skimmen, scannen en intensief lezen. Voor alle drie de vaardigheden had ik opdrachten gemaakt.

Leesstrategieën
Skimmen en scannen zijn handige technieken om je snel een oordeel over een tekst en het onderwerp van de tekst te vormen en om snel en gericht informatie uit een tekst te halen. Bij skimmen bekijk je de tekst snel omdat je ongeveer wil weten waar de tekst over gaat. Je leest niet alles maar je kijkt naar opvallende kenmerken (zoals de kop, foto’s en onderschriften) en je leest van elke alinea de eerste en de laatste zin.

Bij scannen ga je heel gericht op zoek naar bepaalde informatie, informatie die bijvoorbeeld in opdrachten gevraagd wordt. Als je een antwoord hebt gevonden, stop je met lezen en ga je naar de volgende vraag.

Intensief lezen is de hele tekst geconcentreerd lezen en dan vragen beantwoorden.

Voorkennis activeren
Voor de klas met de opdrachten begon, heb ik eerst de voorkennis geactiveerd. Ik heb de leerlingen gevraagd wie er weleens van de plaszak had gehoord en hoe ze erover hadden gehoord. Door die vragen zag je hun belangstelling voor de les groeien.
(Het idee om ook bij leesvaardigheid voor kennis te activeren, heb ik opgedaan bij Elke Das; zie haar weblogbericht ‘voorkennis activeren’.)

Bij de opdrachten bij het onderdeel intentief lezen bleken relatief veel leerlingen moeite te hebben met deze vraag: ‘Waaraan kun je herkennen dat deze tekst vanuit een Duits perspectief is geschreven?’ Ik heb aan verschillende leerlingen moeten uitleggen wat een perspectief is. Voor mij een goede les voor de volgende leesvaardigheidsopdracht: de vragen nog helderder formuleren.

NiederlandeNet
De tekst die ik heb gebruikt voor de les is afkomstig van het NiederlandeNet van de universiteit in Münster. Op deze portalsite staat heel veel informatie over Nederland voor Duitstaligen, een soort omgekeerd Duitslandweb dus 🙂

(Foto van stk86)

Geplaatst in Onderwijs | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

De tutor op bezoek

Mijn lesjaar is verdeeld in drie stages, de masterstages 1 t/m 3. Deze week rond ik de masterstage 1 af. Na de herfstvakantie begin ik dan met masterstage 2 en drie nieuwe klassen: 2HAVO, 3VMBO (Havo Kansklas) en 4vWO). Enkele van mijn lessen zijn bezocht en geobserveerd door mijn coach, een andere docent Duits en de vakdidacticus. Vandaag heeft tot slot de tutor van de lerarenopleiding een les bezocht. Zijn beoordeling was positief. Dat betekent dat ik verder mag gaan met de tweede stageperiode.

Zijn dat niet een beetje veel beoordelingen in een lesperiode van zes weken? Aan de ene kant wel, aan de andere kant is het natuurlijk goed dat zowel de lerarenopleiding als mijn stageschool lesgeven zo serieus nemen. Elke les wordt zorgvuldig bekeken en beoordeeld. Aan de hand van die beoordeling en de zelfreflectie kun je dan je volgende lessen verbeteren.

Helemaal afgerond is de eerste periode nog niet. Ik moet nog een aantal schriftelijke opdrachten maken en inleveren, een stageverslag maken, een tentamen doen, een presentatie houden voor vakdidactiek en een beoordelingsgesprek voeren met de schoolopleiders.

(Foto van Márcio Cabral de Moura)

Geplaatst in Leren, Onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Leestips (6)

  • Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen (Peter Sloep, Iwan Wopereis en Sybilla Poortman/Kennisnet)

    “In het curriculum van de lerarenopleidingen wordt reflecteren gezien als een kernvaardigheid, die van groot belang is voor de ‘education permanente’ in het toekomstig beroep. Leren reflecteren heeft daarom een prominente plek in de opleiding verworven. Voor het leren van de reflectievaardigheid zijn in de loop der tijd heen verschillende methoden, technieken en gereedschappen ontwikkeld (Benammar, 2004). Een van de meest bekendste instrumenten is het logboek. (…) de belangrijkste onderwijskundige affordances van weblogs: eigenaarschap, vastleggen van ontwikkeling, en interactiviteit. Wanneer een lerende het gevoel heeft eigenaar te zijn van de instrumenten die hij gebruikt voor leren, zal dit de motivatie voor leren verhogen. Een gevoel van eigenaarschap wordt gevoed door de zeggenschap die de student heeft over de inhoud van zijn of haar weblog. De eigenaar van een weblog kan zelf op ieder moment bepalen of een bijdrage op het weblog aangepast dient te worden of te worden gewijzigd. Verder heeft een weblogeigenaar doorgaans de beschikking over gereedschappen om een weblog een eigen gezicht te geven (personaliseren en ‘customizen’). Bijdragen worden in weblogs in chronologische volgorde geplaatst. Dit maakt het mogelijk om (leer)processen vast te leggen en op relatief eenvoudige wijze patronen te herkennen (bijvoorbeeld groei). Omdat het mogelijk is om berichten te voorzien van sleutelwoorden, kun je als gebruiker bijdragen categoriseren. Deze functionaliteit wordt gezien als een krachtige metacognitieve tool die het mogelijk maakt om bepaalde thematieken te onderscheiden. Tot slot noemen we interactiviteit als veelgenoemde onderwijskundige affordance (zie ook Greenhow, Robelia, & Hughes, 2009; McLoughlin & Lee, 2008). Weblogs maken het mogelijk om te interacteren met inhoud en derden. Interactie met inhoud vindt plaats wanneer informatie door de gebruiker wordt vastgelegd, wordt herlezen en eventueel wordt aangepast. De interactie met de inhoud kan worden beïnvloed door derden, zoals een docent die inhoudelijk feedback geeft, of medestudenten die een collega bijvoorbeeld een hart onder de riem steken door aan te geven met hetzelfde probleem geworsteld te hebben. Feedback kan in de vorm reacties worden toegevoegd aan berichten op het weblog en discours ontlokken.”

  • Blogposting over Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen (Wilfred Rubens)

  • Het weblog als buitenboordbrein (Lilia Efimova in InformatieProfessional, januari 2010)

  • Het nieuwe netwerken via weblogs (Lilia Efimova in InformatieProfessional, februari 2010)

(Afbeelding van Mike Licht)

Geplaatst in Leestips, Leren | Tags: , , | 1 reactie

Goed onderwijs in Finland en Shanghai

Finland en Shanghai staan bovenaan op de PISA-lijst. Dat betekent dat ze het beste onderwijs ter wereld hebben. Wat maakt het Shanghaise en Finse onderwijs zo goed? Een groep Amerikaanse onderwijsprofessionals gaat op bezoek bij Finse scholen:

Onderwijs in Finland is volgens Randi Weingarten, voorzitter van de American Federation of Teachers, zo goed vanwege de volgende redenen:

  • echte relaties tussen bestuurders en leraren, echt respect
  • kleine klassen
  • differentiatie
  • academisch opgeleide leraren, ook in het basisonderwijs
  • voorschoolse opvang waar kinderen centraal staan
  • gebouwen die echt zijn afgestemd op de behoeften van kinderen
  • veel faciliteiten voor leraren (eigen kamer, eigen computer)
  • waardering voor de leraar als professional
  • leerlingen respecteren leraren
  • weinig lesuren per docent zodat docenten veel tijd kunnen besteden aan voorbereiden en nakijken
  • docenten hebben tijd om aan curriculum te werken en met ouders te overleggen
  • interactie tussen docent, technologie en lesboeken

In de Verenigde Staten (en Nederland) weet men natuurlijk ook dat dit ideale omstandigheden zijn voor goed onderwijs, maar in Finland heeft de overheid er ook het geld voor over.

Randi Weingarten zegt in The Huffington Post nog iets interessants over succesvol onderwijs naar aanleiding van haar bezoek in Finland. In de Verenigde Staten wordt jaarlijks 7 miljard dollar aan onderwijsgeld verspild door leraren die het vak verlaten. De helft van alle nieuwe leraren kiest binnen vijf jaar voor een ander beroep omdat ze te weinig begeleiding krijgen, te grote klassen hebben, te weinig verdienen enz.

Shanghai
En hoe zit het met Shanghai? Als het niet goed gaat met een Amerikaanse school neemt de overheid volgens Weingarten slechts ad hoc maatregelen. In het slechtste geval wordt een school gesloten en de leraren ontslagen. In Shanghai, waar het onderwijs volgens PISA nog beter is dan in Finland, gaat de overheid heel anders om met zwakke scholen. Een zwakke school wordt gekoppeld aan een goed presterende school en de docenten en schoolleiders op beide scholen wisselen kennis uit en de zwakke school wordt net zo lang begeleid tot de resultaten verbeteren.

Meer over het onderwijssysteem in Shanghai:

Raising standards by getting strong-performing schools to help weaker ones

http://www.pearsonfoundation.org/media/player-licensed.swf

Geplaatst in Leren, Onderwijs | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Op unkamp met de brugklas

Een unconference is een conferentie die door de deelnemers zelf wordt vormgegeven. Unconference is een beetje een geuzennaam. Een unconference is geen saaie conferentie met een dichtgetimmerd programma, maar een bijeenkomst waar de deelnemers zelf de dienst uitmaken. De afgelopen dagen ben ik meegeweest op een brugklasintroductiekamp van Stad en Esch, dat de naam unkamp verdient.

Het betrof de mentorklas van collega Leo Karper (@Bioleraar op Twitter). Leo heeft de klas het kamp zelf laten organiseren en plannen. Tijdens de mentoruren en de keuzewerktijduren hebben de leerlingen zelf in commissies aan onder meer de fietsroute, het menu en de planning van de activiteiten gewerkt. Het gevolg: een kamp dat eigendom van de leerlingen was. Het gevolg daarvan: een leuk en gezellig kamp dat prima verlopen is dankzij de leerlingen die zich zeer verantwoordelijk gedroegen.

Een neveneffect van het zelf laten organiseren door leerlingen is dat we geen dichtgetimmerd en volgepland programma hadden (zoveel overzicht hebben jongeren die net een paar weken in de brugklas zitten gelukkig nog niet 🙂 ) zodat de leerlingen heel veel momenten hadden waar ze zichzelf moesten bezighouden. Dat hebben ze al pratend en spelend gedaan. En al dat praten en spelen leverde een echte kennismaking op. Je zag voortdurend leerlingen met elkaar praten, lachen en spelen in wisselende formaties.

Het aardige van zelf-laten-doen is ook dat wat misgaat voor rekening van de leerlingen komt 🙂 Een route niet goed plannen met als gevolg 15 kilometer tegen de wind omfietsen, is een goed leermoment. (Ook voor de docenten trouwens: volgende keer toch maar wat meer klassikale directe instructie geven over routeplanners 🙂 )

Wat leerlingen van dat omfietsen leren, is onder meer dat er een groot verschil is tussen de realiteit op je laptopscherm en de echte wereld. In de virtuele wereld kun je moeiteloos navigeren met de muis. In de echte wereld betekent navigeren hard trappen, goed opletten, een lullig reflecterend hesje aan en zelf weten waar het noorden ligt voor je je plaats van bestemming bereikt.


Links: @Bioleraar en 2 bovenbouwleerlingen die ook mee waren als begeleider.

Van een routeplanningsfout leer je ook dat een fout vn twee mensen gevolgen heeft voor de hele groep. En dat er leerlingen zijn die zo sociaal zijn dat ze zich vrijwillig om de langzame fietsers bekommeren (waartoe ik ook behoorde) en nog langzamer gaan fietsen om een achterhoede te vormen.

Voor mij was het kamp een soort test om te kijken of ik ook dit aspect van het middelbaar onderwijs echt leuk vind. En ja, ik vond het leuk. Ik heb genoten van de interactie tussen de leerlingen en was positief verrast over hun gezeglijkheid en behulpzaamheid. Als ik ooit zelf als mentor een kamp moet organiseren maak ik er ook een unkamp van.

Geplaatst in Leren | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Leestips (5)

  • Netwerkleren in het onderwijs (Open Universiteit)


    “[H]oe ontstaan leernetwerken in het onderwijs, en hoe kun je leren in netwerken stimuleren? Waarom werken leernetwerken soms wel en soms niet?”

  • Maak geschiedenis met de klas (weblog Margreet van den Berg)


    “[N]a het vertellen van een verhaal moet je leerlingen ook iets laten doen met dat verhaal om het verhaal in het lange-termijn-geheugen op te laten slaan.

    Een manier om dat te doen is door leerlingen te vragen beelden te zoeken bij het geschiedenisverhaal dat ze hebben gehoord (of gelezen) en die vast te prikken op een wereldkaart, op de locatie waar de geschiedenis zich afspeelde. Bij een verhaal over het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen ze bijvoorbeeld een foto zoeken van hotel de Wereld, waar op 5 mei 1945 onderhandelingen plaats vonden over de overgave van de Duitse bezetter in Nederland. En bij de lessen over Nederlands-Indië kunnen ze beelden zoeken van de plaatsen waarover in Max Havelaar verteld wordt. En natuurlijk kan je ze ook vragen om na te denken over ‘historische’ momenten in hun eigen leven en daar foto’s bij te zoeken.”

(Foto van Daniel Agostini)

Geplaatst in Leestips, Leren, Onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ethische vragen over het gebruik van sociale media in het onderwijs

Sociale media zijn hot in onderwijsland. Steeds meer docenten doen iets met Twitter, Facebook, Hyves, apps, Google Maps. weblogs en andere web- en mobiele toepassingen. Ik ben daar ook helemaal voor. Alleen worstel ik met een paar ethische vragen. Hoe zit het met de privacy, het auteursrecht, de megalomane neigingen van bedrijven als Google, Facebook en Apple, de bewaarzucht, de commercie en de toekomst van leerlingen?

Ik heb jarenlang webles gegeven aan volwassenen en goede ervaringen met de inzet van sociale media ten behoeve van verslaglegging, reflectie en kennisuitwisseling. Maar ten opzichte van minderjarigen geldt een andere verantwoordelijkheid. En dat levert dilemma’s op.

Privacyrisico’s
Een voorbeeld van een dilemma. Als je leerlingen een weblog laat gebruiken, bijvoorbeeld als portfolio, kies je al snel voor Blogger, WordPress of web-log. Wie leest de privacy policies van deze diensten? Om gebruik te maken van Blogger heb je een Google-account nodig. Daar is op zich niets mis mee. Een Google-account is snel aangemaakt. Veel leerlingen zullen zelfs als over een Gmail-adres beschikken dat ze kunnen gebruiken. En tegelijkertijd is er alles mis mee, want Google is ook het bedrijf dat alles wat internetgebruikers doen opslaat. Zeker als je ingelogd bent bij Google, en dat is verplicht als je Blogger of Gmail gebruikt, wordt alles geregistreerd. Google bewaart deze gegevens erg lang. Facebook registreert ook alles en verkoopt gegevens door aan andere bedrijven.

Daarnaast kun je je afvragen of het verstandig is als leerlingen kiezen voor hun volledige eigen naam in de URL van hun weblog en in de teksten op hun blog. Je kunt leerlingen wijzen op de risico’s (je bent nu 16 jaar oud, als je gaat solliciteren zijn je schrijfsels van nu nog steeds te vinden terwijl je in je ontwikkeling 6 of 10 jaar verder bent), maar wat doe je als een leerling erop staat zijn of haar volledige naam te gebruiken? Kun je dat verbieden? Je wilt ook niet een hele, of zelfs maar een halve, les besteden aan privacy- en andere risico’s als je aan de slag gaat met een leuk project.

Mediawijsheid
Maar toch. Je wilt scholieren ook opvoeden tot kritische burgers. Kritische burgers zijn mediawijze burgers die beschikken over goede informatievaardigheden. Bij mediawijsheid hoort mijns inziens ook kennis over de bedrijven Google, Facebook en Apple.

Apple maakt mooie apparaten. Maar Apple is ook een bedrijf dat Chinese arbeiders die iPods en iPads in elkaar zetten, slecht laat behandelen en laat onder betalen. Apple houdt zichzelf het recht voor om apps te weigeren. Ook onschuldige apps, zoals een woordenboekprogramma of politieke satire, kunnen door Apple geweigerd worden.

Bovenstaande kwesties zijn voor mij geen reden om af te zien van het gebruik van sociale media in het voortgezet onderwijs. Maar er zou wel meer over gedacht en gepraat moeten worden.

(Foto van Marco Antonio Torres)

Geplaatst in Cybermores, Onderwijs | Tags: , , , , | 7 reacties

Leesstrategieën

Ik ben een veellezer. Altijd al geweest. Lezen is iets dat veel leerlingen niet graag doen. Veel scholieren vinden lezen bleuhhhhh. En dan heb ik het niet over vuistdikke romans of dichtbundels, maar over alledaagse teksten.

Tijdens de lessen die ik heb gegeven, heb ik gemerkt dat goed kunnen lezen geen vanzelfsprekendheid is. Leerlingen hebben vaak al moeite met een tekst uit een lesboek of een krantenartikel. Ze vinden teksten vaak ‘moeilijk’ en ‘saai’. Waar de diepere oorzaken van hun weerstand tegen lezen op gebaseerd zijn, weet ik (nog) niet. Misschien wordt (goed en begrijpend) lezen als te vanzelfsprekend beschouwd en krijgen leerlingen er te weinig instructie in?

Informatiemaatschappij
Leerlingen die niet van lezen houden, hebben pech. We leven in een informatiemaatschappij. Vrijwel alles is gebaseerd op tekst, het snel kunnen vinden en het snel kunnen begrijpen van teksten. Omgekeerd geldt natuurlijk ook dat de maatschappij pech heeft als jonge mensen over onvoldoende leesvaardigheden beschikken.

Eigenlijk is het vreemd dat lezen niet vanzelfsprekend is voor jongeren op de middelbare school. Lezen leer je immers al als je een jaar of zes bent. Tegen de tijd dat je 12 of 16 bent, heb je dus al veel gelezen en zou het een volkomen vanzelfsprekende vaardigheid moeten zijn, zoiets als fietsen.

Gaat er dan iets mis in het onderwijs op het gebied van lezen? Ik weet het (nog) niet.

Scannen, skimmen en adopteren
Wat ik wel weet, is dat er uitstekende oefeningen bestaan om het lezen te oefenen. Voor het huiswerk voor vakdidactiek heb ik vandaag een korte presentatie gehouden over drie werkvormen – scannen, skimmen en adopteer een deel van de tekst – die de leesvaardigheid van leerlingen verbeteren. Ze zijn geschikt voor het (vreemde) talenonderwijs, maar ook voor vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer.

De oefeningen staan beschreven in het boek Actief met taal van Dieuwke de Coole en Anja Valk. Ze zijn helder beschreven en relatief eenvoudig te doen met een klas. Het aardige is dat je eigen teksten kunt kiezen of kunt werken met teksten uit een bestaande lesmethode. Na de oefeningen van De Coole en Valk kun je gewoon verder met vragen uit het boek als je ervoor kiest om te werken met teksten uit de reguliere lesmethode.

En blijven oefenen
Net als Kees Vernooy in het artikel ‘Effectieve instructie in leesstrategieën‘ stellen De Coole en Valk dat leerlingen niet uit zichzelf goed naar teksten kijken, en dat het daarom zinvol is om oefeningen in het scannen en skimmen van teksten regelmatig te herhalen zodat leerlingen de gewoonte ontwikkelen eerst goed naar een tekst te kijken voor ze echt gaan lezen en vragen over de tekst gaan beantwoorden of een samenvatting gaan maken.

(Foto van fahrradfritze)

Geplaatst in Leren, Taal | Tags: , , , , , , | 3 reacties